Reumatoïde artritis: de weg naar remissie

Dankzij een beter begrip van reumatoïde artritis en de evolutie van behandelingen, kunnen nu meer patiënten remissie bereiken

Uitzicht op een betere toekomst

Tot een paar jaar geleden was het niet ongewoon om reumapatiënten in een rolstoel te zien1. De chronische auto-immuunziekte kan immers leiden tot permanente bot- en kraakbeenbeschadiging, en ernstig invaliderend worden 2,3.

De impact reikt echter verder dan de gewrichten en kan ook invloed hebben op het emotionele welzijn van de patiënten, en op hun vermogen om dagelijkse taken uit te voeren 2. Studies hebben aangetoond dat reumatoïde artritis alle aspecten van het leven van een patiënt beïnvloedt, van school, werk, gezin en sociaal leven tot het emotionele en seksuele welzijn. In ons artikel met getuigenissen van patiënten en artsen zag Léon zijn huwelijk in elkaar storten. Justine moest stoppen met haar lievelingssporten en zat maandenlang in een rolstoel. Nelly verloor een tijd lang haar levenslust en Karen moest op haar drieling vertrouwen om haar te helpen met haar dagelijkse taken.

De weg naar remissie

Naar schatting 75% van de patiënten is vandaag nog steeds niet in remissie 4. Maar er is hoop: dankzij de nieuwste wetenschappelijke ontwikkelingen is de kans op remissie veel groter geworden. Remissie is het belangrijkste therapeutische doel voor patiënten met reumatoïde artritis 5, omdat er momenteel geen genezing voor de aandoening bestaat.

Voor de patiënt komt het erop neer dat de symptomen op 'sluimerstand' worden gezet. Soms maakt remissie 'eenvoudige' dingen weer mogelijk, zoals weer aan het werk gaan of de kinderen van school halen. 

De patiënt betrekken bij de definitie van remissie

We spreken van 'klinische' remissie als patiënten beantwoorden aan de definitie van de DAS 28 en de gemeten factoren onder controle zijn. Toch kunnen ze zich nog elke dag gehinderd voelen
door de ziekte. 

"Remissie is niet hetzelfde voor een patiënt als voor een arts", legt dr. Thevissen uit. "Het is utopisch om te denken dat we het over hetzelfde hebben. Patiënten zijn niet geïnteresseerd in de zichtbare schade op de röntgenfoto's. Ze willen zo normaal en zo lang mogelijk kunnen leven. Dat is hun eerste betrachting. Niet te veel last hebben van een chronische ziekte en een behandeling krijgen met aanvaardbare bijwerkingen.”

Dr. Léon vult aan: “Symptomen als vermoeidheid, wat erg belangrijk is voor RA-patiënten, zijn niet
opgenomen in de DAS-criteria. Er zijn patiënten die volgens de arts in remissie zijn omdat ze aan de wiskundige criteria voldoen, maar die last blijven hebben van diepe vermoeidheid en dus niet tevreden zijn. Vermoeidheid en psychologische criteria worden echter steeds meer in aanmerking genomen in nieuwe klinische studies en nieuwe klassen van geneesmiddelen.” 

Voor patiënten is een huisarts of reumatoloog raadplegen nog altijd de beste manier om de juiste behandeling te krijgen op weg naar remissie. Onderzoekers werken bovendien aan een volgende generatie geneesmiddelen, die steeds doeltreffender worden om de levenskwaliteit van de patiënten te vrijwaren.

"Ondanks de kwaliteit van de huidige behandelingen hebben sommige patiënten nog steeds niet voldoende baat bij de producten die vandaag op de markt zijn", zegt dr. Thevissen. "Er is dus nog ruimte voor innovatie. Met de komst van de eerste biologische behandelingen in 2000 waren de meeste reumatologen enthousiast: "Wat kunnen we nog meer uitvinden?” Nu, twintig jaar later, zijn er vier of vijf nieuwe, nog doeltreffendere moleculen bijgekomen. Dus ik denk echt dat we nog
altijd stappen kunnen zetten op weg naar remissie.

Referenties

1 Young A, Dixey J, Cox N et al., How does functional disability in early rheumatoid arthritis (RA) affect patients and their lives? (...), Rheumatology 2000;39:603-611.

2 Kvien TK. Epidemiology and burden of illness of rheumatoid arthritis.  Pharmacoeconomics. 2004;22(2 Suppl 1):1-12.

Choy E. Understanding the dynamics: pathways involved in the pathogenesis of rheumatoid arthritis. Rheumatology. (Oxford). 2012;51 Suppl 5:v3-11.

Hetland ML et al. Arthritis & Rheumatism 2010;62:22–32.

5  Smolen JS, et al. Ann Rheum Dis 2020; 79(6):685-699.

AbbVie sa/nv - BE-ABBV-200119 (v. 1.0) - October 2020